Het vergroot het stigma rond abortus. Als abortus in het strafrecht staat, kan dat de indruk wekken dat abortus iets verkeerds of crimineels is. Dat kan bijdragen aan schaamte, schuldgevoel en stress bij mensen die een abortus krijgen én bij zorgverleners. Terwijl juist onze keuzevrijheid en het vertrouwen in zorgverleners centraal zouden moeten staan.
Het maakt het recht op abortus kwetsbaarder. Zolang abortus in het strafrecht staat, blijft er een strafrechtelijke basis die een toekomstige politieke meerderheid kan aanpassen. In andere landen zien we hoe politieke veranderingen kunnen leiden tot strengere abortusregels en minder toegang tot zorg.
Het maakt abortus anders dan andere zorg. In Nederland hebben we zorgwetten, kwaliteitseisen, professionele richtlijnen en toezicht om ervoor te zorgen dat zorg goed en veilig wordt gegeven. Daarvoor is het strafrecht niet nodig. Toch heeft abortus als vorm van zorg nog altijd een uitzonderlijke plek in het strafrecht.
Het kan zorgverleners afschrikken. Het strafrecht kan zorgverleners het gevoel geven dat abortuszorg juridisch riskant is of eigenlijk niet hoort. Dat kan mensen ervan weerhouden deze zorg te geven. Internationale organisaties zoals de WHO pleiten mede daarom voor decriminalisering van abortus.
De wet sluit niet goed aan bij de abortuszorg van nu. Toen de strafbaarstelling van abortus werd opgesteld, bestond medicamenteuze abortus nog niet. Abortus kan nu ook met pillen plaatsvinden, buiten een kliniek of ziekenhuis. Daardoor kan onduidelijkheid ontstaan over wanneer iemand volgens het strafrecht strafbaar is. Die juridische ruimte kan ook worden gebruikt door groepen die de toegang tot abortus willen beperken.
